Als je er goed over nadenkt, is taal een van de meest bizarre ‘uitvindingen’ ooit. Het is een gelaagd systeem van symbolen. Of het nu gaat om klanken die je roept, tekens die je typt of gebaren die je maakt: we hebben als mensen met elkaar afgesproken dat deze symbolen een betekenis hebben. Zonder dat we erbij nadenken, sturen we met die afspraken hele werelden naar elkaar door. Van iets simpels als ‘een brood’ tot ingewikkelde gevoelens en plannen voor de toekomst.
Taalkundigen discussiëren al eeuwen over de precieze definitie, maar in de kern is taal hét gereedschap dat ons mens maakt. Het is de unieke software in ons hoofd waarmee we onze gedachten ordenen, de wereld begrijpen en écht met elkaar in contact komen. Op deze site ontdek je hoe die software achter de schermen draait en hoe die gezamenlijke afspraken ons zo waanzinnig slim maken.
Er bestaan verschillende omschrijvingen (definities) van en over taal.
Wikipedia zegt: ‘Taal is een systeem van symbolische tekens – zoals gesproken klanken, gebaren of geschreven symbolen – waarvan de mens gebruikmaakt om zijn gedachten te articuleren, zijn wereld te ordenen en te communiceren. Talen kenmerken zich door grammaticale regels en een woordenschat.’
Wikikids zegt: ‘Onder taal verstaan we de combinatie van klanken, uitroepen en woorden die worden gebruikt om met elkaar te praten. Met taal communiceren we met elkaar. We praten met elkaar, schrijven elkaar brieven, en lezen die dan op. Maar we sturen elkaar ook mailtjes. Om de gesproken taal schriftelijk weer te geven maakt men met een alfabet woorden, die in combinatie met elkaar weer zinnen vormen.’
De belangrijkste kenmerken van taal ontrafelen we door te kijken naar drie basiselementen en een aantal unieke, levende eigenschappen die het systeem zo fascinerend maken.
De drie basispeilers vormen het fundament van elke taalvorm. Allereerst is er de functie: we zetten taal doelgericht in om te communiceren via gesprekken, e-mails of brieven, en om grip te krijgen op onze omgeving. Daarnaast draait alles om betekenis, waarbij symbolen en woorden direct verwijzen naar onze dagelijkse werkelijkheid, van concrete objecten tot diepe emoties. Tot slot herkennen we het systeem: taal heeft een heldere structuur waarin een woordenschat en een alfabet samenkomen om volgens specifieke grammaticale regels betekenisvolle zinnen te bouwen.
Taal is uniek menselijk en biologisch verankerd. Ons brein beschikt over een biologisch ‘taalorgaan’ dat ons perfect uitrust om deze complexe structuren te verwerken en te produceren. Dit biologische wonder beperkt zich zeker niet tot gesproken taal alleen; gebarentaal is net zo goed een volwaardige, complete en taalkundig complexe taal.
Hoe we taal leren laat een boeiend verschil zien tussen natuurlijke verwerving en bewust leren. De eerste taal, onze moedertaal, verwerven we als kind spontaan en impliciet vanuit de directe thuisomgeving. Hierdoor ontwikkelt zich een automatische, interne grammatica. We spreken de taal vloeiend zonder de achterliggende regels ooit bewust te stampen. Een tweede of extra taal daarentegen leren we vaak op latere leeftijd via een bewust proces, bijvoorbeeld in de schoolbanken. Dit zien we ook terug in het contrast tussen spreken en schrijven: waar we de gesproken taal onbewust oppikken, vraagt de geschreven variant om een expliciete aanpak. Via de schoolgrammatica ontdekken we op school heel bewust hoe we de taal correct opbouwen en toevertrouwen aan het papier.
Kortom, taal toont zich in deze tekst als een uniek menselijk communicatiesysteem dat rust op functie, betekenis en structuur. We zien een levend systeem dat we deels onbewust en organisch verwerven als moedertaal, en deels via expliciete schoolgrammatica en schrijfonderwijs bewust leren doorgronden.
In andere woorden: Taal is een verzameling symbolen die verwijst naar concrete zaken en abstracte begrippen, die gebruikt worden voor de communicatie. Taal komt door stand door afspraken, conventies. Uniek voor mensen. Gebruik van het ‘taalorgaan’. eerste taal (moedertaal) leer je aan (acquisitie), tweede of meerdere talen leer je vaak door ‘leren’. Bijvoorbeeld op school. Interne grammatica leer je van huis uit, impliciet, schoolgrammatica leer je impliciet op school. Naast spreken (impliciet) leer je ook schrijven (expliciet). Gebarentaal is ook een complete, complexe taal.
