Een woord kennen is meer dan de definitie herkennen. Je moet het woord ook begrijpen wanneer je het in een tekst of uitleg tegenkomt en het zelf passend kunnen gebruiken. Door verbanden te leggen, bouw je nieuwe woorden en begrippen in bij de kennis die je al hebt.

Leg verbanden tussen woorden

Onderzoek hoe een nieuw begrip samenhangt met andere woorden. Roos is bijvoorbeeld een soort bloem. Bloem is de overkoepelende categorie. Je kunt ook zoeken naar een concreet voorbeeld, een tegenstelling of een begrip dat er sterk op lijkt. Zulke relaties helpen je om een woord nauwkeuriger te plaatsen.

Let op betekenisverschillen

Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen, zijn niet altijd in iedere situatie uitwisselbaar. Fiets en rijwiel verwijzen meestal naar hetzelfde vervoermiddel, maar rijwiel klinkt formeler en komt minder vaak voor in alledaagse gesprekken. Door op zulke verschillen te letten, begrijp je teksten beter en kun je bij het schrijven of spreken een woord kiezen dat past bij het doel, publiek en de situatie.

Bouw een begrippennetwerk

Noteer bij een belangrijk begrip enkele relaties die werkelijk helpen. Denk aan een eenvoudige omschrijving, een overkoepelende categorie, een concreet voorbeeld, een niet-voorbeeld of een verwant begrip. Niet ieder woord heeft een bruikbaar synoniem of een duidelijke tegenstelling. Kies daarom alleen informatie die de betekenis verduidelijkt. Een klein woordweb of schema kan daarbij helpen.

Gebruik het nieuwe begrip

Probeer het woord in een nieuwe situatie te gebruiken. Schrijf er een zin mee, verwerk het in een korte uitleg of gebruik het tijdens een gesprek. Kies bij voorkeur een situatie uit school, stage, beroep of dagelijks leven. Controleer vervolgens of het woord daar dezelfde betekenis heeft en of iemand anders je uitleg kan begrijpen. Door een begrip zelf te gebruiken, merk je beter wat je al begrijpt en wat nog onduidelijk is.

Werk in vier fasen

Oriënteren: Welk begrip wil je beter leren kennen en in welke tekst of situatie komt het voor?

Plannen: Welke relaties kunnen helpen: een omschrijving, categorie, voorbeeld, tegenstelling of gebruikssituatie?

Uitvoeren: Maak een klein begrippennetwerk en gebruik het begrip in een zin, uitleg of gesprek.

Evalueren: Kun je het begrip herkennen, in eigen woorden uitleggen en passend gebruiken? Controleer zo nodig de betekenis in een betrouwbare bron.

Als het begrip onduidelijk blijft

Lees de oorspronkelijke zin opnieuw en bekijk de omliggende tekst. Zoek een ander voorbeeld of vergelijk het begrip met een woord dat je al kent. Controleer of het in het betreffende vak misschien een bijzondere betekenis heeft. Vraag zo nodig gericht hulp: ‘Ik ken de algemene betekenis, maar wat betekent dit woord in deze tekst?’ Zo wordt duidelijk welke uitleg je nog nodig hebt.

Lees ook