Taal bestaat uit klanken. Die klanken zijn de kleinste bouwstenen van gesproken taal. Het Nederlands heeft een vaste verzameling klanken: we noemen die de segmentinventaris. Al die klanken verdelen we in twee grote groepen: klinkers en medeklinkers.

Klinkers

Bij een klinker stroomt de lucht vrij door je mond — er is geen versperring. Het Nederlands heeft 13 enkelvoudige klinkers en 3 tweeklanken (diftongen). We verdelen de enkelvoudige klinkers in twee groepen: lange klinkers en korte klinkers.

Groep 1 – Lange klinkers

  • /iː/ – zoals in ‘biet
  • /yː/ – zoals in ‘fuut
  • /eː/ – zoals in ‘been
  • /øː/ – zoals in ‘neus
  • /aː/ – zoals in ‘bad
  • /oː/ – zoals in ‘boot
  • /uː/ – zoals in ‘boek

Groep 2 – Korte klinkers

  • /ɪ/ – zoals in ‘bit
  • /ʏ/ – zoals in ‘put
  • /ɛ/ – zoals in ‘bed
  • /ɑ/ – zoals in ‘pat
  • /ɔ/ – zoals in ‘bot
  • /ə/ – de sjwa, zoals in ‘de‘ of ‘een‘ (onbeklemtoond)

Tweeklanken (diftongen)

Een diftong is een klank waarbij je stem van de ene klinker naar de andere glijdt. Het Nederlands heeft er drie:

  • /ɛi/ – zoals in ‘bij
  • /œy/ – zoals in ‘huis
  • /ɑu/ – zoals in ‘bouw

Medeklinkers

Bij een medeklinker wordt de luchtstroom in de mond belemmerd of gestuurd. Het Nederlands heeft 18 medeklinkers. Om een medeklinker te beschrijven, kijk je naar drie dingen: articulatieplaats (waar in de mond), articulatiewijze (hoe de lucht wordt belemmerd) en stemgeving (trillen de stembanden mee of niet?).

  • Plosieven (stopmomenten): /p/ en /b/ (lippen), /t/ en /d/ (tandwal), /k/ en /ɡ/ (achterin de mond) — voorbeelden: pan/ban, tak/dak, kat
  • Fricatieven (wrijvingsklanken): /f/ en /v/ (lip-tand), /s/ en /z/ (tandwal), /x/ en /ɣ/ (achterin) — voorbeelden: fiets/vast, sap/zon, acht/goed
  • Nasalen (neusklanken): /m/ (lippen), /n/ (tandwal), /ŋ/ (achterin) — voorbeelden: maan, nacht, lang
  • Approximanten (glijklanken): /r/, /l/, /ʋ/, /j/ — voorbeelden: rood, laan, water, jaar
  • /h/ (keelklank) — zoals in huis

Complexe klanken en klankregels

Klanken staan niet altijd op zichzelf. In het Nederlands mogen sommige combinaties wel en andere niet — dit noemen taalkundigen fonotaxis. Aan het begin van een woord (de aanloop) zijn sommige medeklinkergroepen toegestaan, zoals str- in straat of bl- in blad. Aan het einde van een woord (de uitgang) gelden andere regels: zo mag /h/ nooit een woord afsluiten, en zijn lange klinkers in een gesloten lettergreep vaak niet mogelijk. Een bekende klankregel is de eindklankverharding: stemhebbende medeklinkers zoals /b/, /d/, /v/, /z/ en /ɣ/ worden aan het einde van een woord stemloos uitgesproken. Zo klinkt hond als /hɔnt/ en web als /wɛp/.

Lees ook

Verder lezen

  • e-ANS – De klanken van het Nederlands — Toegankelijke verdieping bij deze pagina, met audio. Geschikt als eerste stap na deze introductie. [🟡 Toegankelijk]
  • Taalportaal – Fonologie — Wetenschappelijk referentiewerk met uitgebreide behandeling van segmentinventaris, fonotaxis en klankregels. [🔴 Academisch]