‘Ik snap er niks van.’
Misschien heb je dat tijdens een les, opdracht of toets weleens gezegd. Je weet dat je ergens vastloopt, maar je kunt nog niet precies uitleggen waar het misgaat.
Dat is niet vreemd. Wanneer je iets niet begrijpt, is het vaak moeilijk om onder woorden te brengen wat er precies onduidelijk is. Misschien ken je één woord niet. Misschien begrijp je een stap in de uitleg niet. Of misschien weet je niet wat je bij een opdracht moet doen.
De hele uitleg opnieuw lezen of beluisteren helpt dan niet altijd. Het probleem zit meestal niet in alles tegelijk, maar in één klein onderdeel. Met het volgende stappenplan kun je ontdekken waar je precies vastloopt.
Stap 1 – Waar gaat het over?
Kun je aanwijzen waar je vastloopt?
- In de uitleg?
- In de opdracht?
- Bij een woord?
- Bij een zin?
- Bij een voorbeeld?
Probeer eerst het gedeelte te vinden waar het probleem zit.
Stap 2 – Wat begrijp je al wel?
Noem één ding dat je wel begrijpt of zeker weet.
Bijvoorbeeld:
- Ik weet over welk onderwerp het gaat.
- Ik begrijp de eerste stap.
- Ik herken de regel.
- Ik weet wat ik uiteindelijk moet maken.
Door te beginnen met wat je al weet, ontdek je beter waar je begrip ophoudt.
Stap 3 – Waar begint de verwarring?
Ga terug naar de eerste plek waar je het niet meer kunt volgen.
Misschien begrijp je de eerste twee zinnen wel, maar de derde niet. Misschien kun je stap 1 uitvoeren, maar weet je bij stap 2 niet verder. Wijs die plek zo precies mogelijk aan.
Vaak blijkt het probleem dan kleiner te zijn dan je eerst dacht.
Stap 4 – Welk soort probleem is het?
Probeer het probleem een naam te geven.
Is het:
- een onbekend woord;
- een onduidelijke uitleg;
- een vraag die je niet begrijpt;
- een regel die je niet kent;
- een voorbeeld dat je verwart;
- of weet je niet hoe je moet beginnen?
Wanneer je weet welk soort probleem je hebt, kun je gerichter naar een oplossing zoeken.
Stap 5 – Vertel hoe jij denkt
Leg hardop uit hoe je denkt dat je de opdracht moet aanpakken.
Je hoeft het nog niet goed te doen. Vertel gewoon wat je denkt:
- Wat is volgens jou de bedoeling?
- Welke stap zou je als eerste zetten?
- Welke regel denk je nodig te hebben?
- Waar begin je te twijfelen?
Door hardop te denken, ontdek je soms zelf waar het misgaat. Ook kan een docent of medeleerling je dan veel beter helpen.
Stap 6 – Controleer jezelf
Kun je nu uitleggen:
- wat de vraag van je vraagt;
- welke stap je moet zetten;
- welke regel je gebruikt;
- en waarom die regel of aanpak past?
Als dat lukt, heb je waarschijnlijk niet alleen het antwoord gevonden, maar begrijp je ook hoe je eraan bent gekomen.
Van ‘Ik snap er niks van’ naar een goede hulpvraag
‘Ik snap er niks van’ is nog geen duidelijke vraag. De ander weet daardoor niet precies waarbij je hulp nodig hebt.
Probeer daarom een specifiekere vraag te stellen, zoals:
- Ik begrijp dit woord niet.
- Ik begrijp stap 3 niet.
- Ik weet niet welke regel ik moet gebruiken.
- Ik begrijp de uitleg, maar niet de opdracht.
- Ik weet niet hoe ik moet beginnen.
- Ik begrijp waarom dit antwoord fout is, maar nog niet wat ik anders moet doen.
Hoe duidelijker je vraag is, hoe gerichter iemand je kan helpen.
‘Ik snap er niks van’ hoeft dus niet het einde van het leren te zijn. Het kan juist het begin zijn van een betere vraag:
Ik weet precies welk onderdeel ik nog niet begrijp.
En vanaf dat moment kun je verder.
Voorbeeld – Waar loopt het mis?
Stel dat je deze opdracht krijgt:
Beschrijf de functie van de vorm in de tweede zin.
Veel leerlingen zeggen dan meteen:
“Ik snap er niks van.”
Maar als je het stappenplan gebruikt, ontdek je dat het probleem veel kleiner is.
Stap 1 – Waar gaat het over?
Je loopt vast bij de opdracht, niet bij het hele hoofdstuk.
Stap 2 – Wat begrijp je al?
Je weet dat je naar de tweede zin moet kijken.
Stap 3 – Waar begint de verwarring?
Het woord vorm is onduidelijk.
Stap 4 – Welk soort probleem is het?
Het gaat om een onbekend begrip. Bedoelt de docent de werkwoordsvorm, de zinsvorm, de woordvorm of iets anders?
Stap 5 – Vertel hoe jij denkt.
“Ik weet niet welke betekenis van vorm hier bedoeld wordt.”
Nu kan de docent direct uitleggen wat met vorm wordt bedoeld.
Stap 6 – Controleer jezelf.
Je kunt nu de opdracht uitvoeren, omdat de vraag duidelijk is geworden.
Conclusie
Het probleem was niet dat je “er niets van snapte”. Het probleem was dat één woord in de opdracht meerdere betekenissen kon hebben.
