taal-coach.nl ← Kies je niveau
Taal-coach.nl / Taalvragen / Betekenis en taalgebruik
Concrete taalvraag

Hoe weet je wat iemand werkelijk bedoelt?

Het raam staat open. Een klasgenoot zegt: Het tocht hier. Dat is informatie over de kou, maar het kan tegelijk een verzoek zijn om het raam te sluiten.

Niveau: basis — vmbo-onderbouw; ook bruikbaar voor vmbo-bovenbouw en mbo
Leerdoel: je gebruikt de situatie, toon en gedeelde kennis om een indirecte bedoeling te herkennen.
Leestijd: ongeveer 5 minuten

Het korte antwoord

Kijk niet alleen naar de woorden. Let ook op wie iets zegt, tegen wie, waar, wanneer en met welke toon. Gebruik daarnaast wat jullie allebei al weten. Blijft de bedoeling onzeker? Vraag het na.

Wat denk jij?

Het raam staat open. Een klasgenoot naast het raam zegt: “Het tocht hier.” Wat kan diegene bedoelen?

Voor school: zo onderzoek je de bedoeling

  1. Wat wordt letterlijk gezegd?
  2. Wat gebeurt er in de situatie? Staat het raam open? Wacht iemand op een reactie?
  3. Wat is de relatie? Spreekt iemand met een vriend, docent, collega of onbekende?
  4. Hoe klinkt de zin? Let op nadruk, intonatie, gezichtsuitdrukking en lichaamstaal.
  5. Wat gebeurde ervoor? Gebruik de rest van het gesprek en gedeelde kennis.
  6. Vraag na als zekerheid nodig is. Bijvoorbeeld: Bedoel je dat ik het raam moet sluiten?
Wat iemand zegt Mogelijke taalhandeling
Kun je het raam sluiten? niet alleen vragen naar kunnen, maar meestal een verzoek doen
Het tocht hier. iets vaststellen en mogelijk vragen om actie
Ik beloof dat ik kom. een belofte doen
Nou, lekker op tijd! afhankelijk van de situatie: prijzen of juist kritiek geven
Een bedoeling is niet altijd zeker.
Dezelfde zin kan in een andere situatie iets anders doen. Daarom is waarschijnlijk vaak nauwkeuriger dan zeker.

Vanuit de taalkunde: spreken is ook handelen

Bij Betekenis (semantiek) onderzoek je wat de woorden en de zin betekenen.

Bij Taal in een situatie (pragmatiek) onderzoek je wat iemand met die woorden doet: informeren, vragen, verzoeken, beloven, waarschuwen of een grap maken.

Zo'n doel heet een taalhandeling. Een taalhandeling kan rechtstreeks zijn: Sluit het raam. Ze kan ook indirect zijn: Het tocht hier.

Indirect spreken kan vriendelijk of voorzichtig klinken, maar kan ook tot misverstanden leiden. Context en navragen helpen dan.

Probeer

Een groepsgenoot wacht op jouw reactie en appt: “Heb je mijn verslag al gelezen?” Wat is waarschijnlijk de bedoeling?

Regel én verklaring

Voor school leer je informatie uit de context gebruiken en je antwoord uitleggen. De taalkunde laat zien dat taal niet alleen betekenis overdraagt: met taal voeren mensen ook handelingen uit.

Bronnen bekijken

De bronnen hebben een hoger taalniveau. Externe bronnen openen pas na jouw klik. Keer daarna terug naar taal-coach.nl om verder te gaan.