Het korte antwoord
Wat denk jij?
Voor school: herken het patroon
| Uitgang | Voorbeelden | Handige aanwijzing |
|---|---|---|
| -je | boekje, hondje, huisje | na veel medeklinkers |
| -tje | tafeltje, treintje, deurtje | onder meer na l, n en r |
| -pje | boompje, bloempje | vaak na een m |
| -etje | balletje, mannetje, sterretje | vaak na een korte klinker en l, m, n of r |
| -kje | woninkje, kettinkje | bij veel meerlettergrepige woorden op onbeklemtoond -ing |
Bij bal–balletje houdt de dubbele l de korte a herkenbaar. Bij woorden die op een lange a, o of u eindigen, verdubbel je de klinker: omaatje, autootje, menuutje.
Je zegt het boekje, het tafeltje en ook het meisje.
Vanuit de taalkunde: waarom zijn er verschillende uitgangen?
Bij Woorden (morfologie) onderzoek je hoe een achtervoegsel aan een basiswoord wordt toegevoegd. De vijf uitgangen hebben dezelfde verkleinende functie, maar nemen een vorm aan die bij het woord past.
Bij Klanken in taal (fonologie) kijk je naar de laatste klank, lettergrepen en klemtoon. Boompje spreekt gemakkelijker uit dan boomje; de p vormt een overgang tussen m en j.
Bij Betekenis (semantiek) zie je dat een verkleinwoord niet altijd letterlijk ‘klein’ betekent. Een kopje koffie, een uitje of een beetje heeft een vaste of bredere betekenis gekregen.
Probeer
Regel én verklaring
Voor school leer je de veelvoorkomende patronen en controleer je lastige vormen. De taalkunde laat zien dat de uitgangen niet willekeurig zijn: hun vorm wordt sterk gestuurd door de klanken aan het einde van het basiswoord.
Bronnen bekijken
De bronnen behandelen meer uitzonderingen en hebben een hoger taalniveau. Externe bronnen openen pas na jouw klik. Keer daarna terug naar taal-coach.nl om verder te gaan.